November 2019. Dertig jaar geleden viel de muur. Fukuyama had het over de ‘end of history’. De hele wereld zou streven naar een liberale economie. Dat zou namelijk leiden tot de meeste welvaart voor de meeste mensen. Toch, toen al was er een klein groepje mensen die wist dat we met het streven naar de meeste welvaart voor de meeste mensen tegen de grenzen van de planeet zou aanlopen. Met die prikkelende stelling start Bruno Latour zijn boek ‘Waar kunnen we landen – politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime’. Naomi Klein zoekt in ‘On Fire’ naar integrale oplossingen voor een Green New Deal. De conclusie van beiden: om het klimaatprobleem op te lossen, is er meer nodig dan alleen klimaatbeleid.

Het heeft bijna dertig jaar geduurd, maar nu is voor – bijna – iedereen duidelijk dat we met de modernistische ambities tegen de grenzen van de planeet aanlopen. Inmiddels zoeken we wereldwijd naar oplossingen om de klimaatverandering binnen de perken te houden, met het akkoord van Parijs als voorlopig hoogtepunt. Het waren de verkiezing van Donald Trump en de Brexit die Bruno Latour aanspoorden om zijn boek te schrijven. De ongrijpbaarheid van deze twee exponenten van een nieuwe politieke stroming – het ‘bodemloze’ noemt Latour de politiek van Trump deden hem afvragen welke politieke stroming we hier tegenover kunnen zetten. Anders gezegd: hoe ziet de politieke stroming eruit die de toekomst van de aarde centraal stelt.

Met die zoektocht heeft de titel van het boek een dubbele lading: aan de ene kant slaat het ‘waar’ uit de titel op zijn zoektocht naar een nieuwe politieke thuishaven. Maar het gaat ook over de zoektocht van eenieder om zijn plekje – fysiek – op de planeet te vinden. En die stoelendans wordt met de klimaatverandering steeds ingewikkelder.

 


De klimaatverandering centraal

Het vernieuwende van het essay van Latour is dat hij klimaatverandering centraal stelt in alle grotere maatschappelijke bewegingen van de afgelopen decennia. Volgens Latour kun je klimaatverandering niet los zien van de steeds verdergaande deregulering, globalisering en de opkomst van het populisme.

In zijn hypothese is er een elite geweest die in de jaren negentig gezien heeft dat we als samenleving tegen de grenzen van de planeet aanliepen, maar dat niet verteld heeft – of zelfs alles in het werk heeft gesteld om ons ervan te overtuigen dat er genoeg is voor iedereen en dat modernisering de enige weg voorwaarts is. Echter, door deregulering en globalisering is het verschil tussen arm en rijk alleen maar vergroot. Waardoor het rijke deel van de samenleving – de elite – nog wel klimaatbestendige huizen kan kopen en zelfs het geld heeft om te vliegen, maar het armere deel nooit van die geneugten heeft kunnen genieten, en bovendien op plekken woont die als eerste door de klimaatverandering worden geraakt.

 

Hoe ziet de politieke stroming eruit die de toekomst van de aarde centraal stelt?

 

Als je deze analyse volgt, is het niet verbazingwekkend dat er een groep is die zich miskend voelt. Wie nooit geprofiteerd heeft van de modernisering, maar anderen daar wel de vruchten van heeft zien plukken, ziet de afgelopen jaren een droom uiteenspatten. Juist op het moment dat vliegen inderdaad voor grote groepen mensen betaalbaar is, en steeds meer mensen zich onder de middenklasse scharen, moeten zij hun net verworven nieuwe levensstijl opgeven. Want de echt rijken zullen nog wel kunnen profiteren van de modernisering. Dat hebben ze wel voor zichzelf geregeld, aldus Latour.

Naar integrale oplossingen

Ook Naomi Klein betoogt in haar essaybundel On Fire, the burning case for a new green deal, dat de oplossing voor klimaatverandering integraal en systemisch moet zijn. Zij schaart zich onder de voorstanders van de Green New Deal, die niet alleen het klimaatprobleem moet oplossen, maar ook gelijk het sociale probleem dat daarmee samenhangt: civilizational transformation.

Klein verdiept zich al decennialang in de mate waarin de rijken en machtigen der aarde collectieve pijn systematisch exploiteren om een nóg ondemocratischere, nóg ongelijkere samenleving te bouwen. Daarmee lijkt ze in dezelfde traditie te passen als Latour. Volgens Klein is de huidige klimaatproblematiek een logisch gevolg van een systeem dat oneindige consumptie beloont. Een systeem dat terug te brengen is naar gestolen mensen en gestolen land en grondstoffen. Twee activiteiten die eeuwen geleden al zo duizelingwekkend winstgevend waren dat ze geleid hebben tot een enorme hoeveelheid geld en macht bij de happy few.

De traditie van het kolonialisme is doorgezet en heeft uiteindelijk geleid tot het tijdperk van de door fossiele brandstoffen gekenmerkte tweede industriële revolutie en - daarmee - de door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

Public luxury, private suffiency

Daarmee is onze situatie volgens Klein niet hopeloos. Klein onderschrijft de voorstanders van een Green New Deal die pleiten voor collectieve maatregelen in onderwijs, zorg, huisvesting, en een basisinkomen. We moeten beleid maken waarin we zowel zorgen voor lagere uitstoot als voor het terugdringen van de economische spanning op mensen. Door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat iedereen, met groene (low-carbon) banen een fatsoenlijk inkomen kan verdienen en toegang heeft tot basisvoorzieningen als betaald verlof, gezondheidszorg, onderwijs en kinderopvang.

 

Het is tijd dat we ons realiseren dat onze kwaliteit van leven niet gelijk staat aan het verkrijgen van persoonlijke welvaart en rijkdom.

 

We wéten namelijk dat er voor klimaatverandering grote veranderingen in onze leefstijl nodig zijn. Daarom moeten we af van het idee dat consumeren een manier is waarmee we identiteit, gemeenschap en cultuur vormen, aldus Klein. Het is tijd dat we ons realiseren dat onze kwaliteit van leven niet gelijk staat aan het verkrijgen van persoonlijke welvaart en rijkdom. Want onze planeet kan ons best voorzien van “private suffiency and public luxury” maar het is onmogelijk te verwachten dat we “private luxury” kunnen handhaven. Ze haalt hierbij George Monibiot van The Guardian en Kate Raworth van Doughnut Economics aan: “meeting the needs of all with the means of the planet”. De aarde is prima in staat ons te bieden wat we nodig hebben. Maar het hoeft niet over the top. Laten we de overdaad reserveren voor collectieve voorzieningen – en met z’n allen in onze privésfeer wat zuiniger zijn.  

Boerenprotesten

In de afgelopen weken hebben we in Nederland gezien dat boeren en bouwbedrijven protesteren tegen collectieve klimaatmaatregelen, stikstofbeleid en PFAS-normen. Maatregelen die ‘ineens’ genomen moeten worden omdat problemen jarenlang vooruitgeschoven zijn en waarbij specifieke groepen nu geraakt worden. Dat dat radicalisering in de hand werkt – zie het boerenprotest – wekt volgens Klein geen verbazing. Mensen die op de rem staan zijn bovengemiddeld vaak witte mannen en uiten zich niet zelden racistisch en seksistisch.

Volgens Klein moeten we daarom tegelijk met klimaatverandering uit de wereld helpen, werken aan het terugdringen van armoede en het overbruggen van de rassen- en genderkloof. Een Green New Deal zal de vloer aanvegen met collectieve boosheid en angst, populisme en groeiend extremisme. “… because the more secure people feel, knowing that their families will not want for food, medicine, and shelter, the less vulnerable they will be to the forces of racist demogaguery that will prey on the fears that invariably accompany times of great change.” Ze zoekt kortom naar een nieuw gelijkheidsgevoel. Ze haalt een video met Ocasio-Cortez aan, in een fictief verhaal terugkijkend op onze huidige tijd: “We stopped being scared of eachother. And we found our shared purpose.

Naar integrale en snelle oplossingen

Latour en Klein zijn het eens: klimaatverandering kunnen we niet los zien van sociale kwesties als armoede, ongelijkheid, en deregulering. En daarmee moeten we ook de oplossingen integraal zoeken. Dat maakt het uiteraard niet makkelijker, maar wel noodzakelijk. Waar Latour betoogt dat de politieke assen van ‘links-rechts’ en ‘lokaal-globaal’ verschuiven naar assen die gericht zijn op het beschermen en verkwanselen van de aarde: ‘aards versus bodemloos’, komt Klein met concrete handvatten hoe we een Green New Deal moeten vormgeven.

En laat voor Naomi Klein onze opdracht duidelijk zijn: we kunnen dit maar één keer goed doen, want in de komende tien jaar moet het gebeuren.

 

Geschreven door

Simone de Jong

cultuurwetenschapper – procesbegeleider – strategische doener

Reinout de Vries

partner en adviseur - energietransitie - participatie

Inspiratie over Klimaat en Energie?

Ontvang een paar keer per jaar een inzicht, publicatie, of tip voor een bijeenkomst.